Chamonix-Zermatt. - september 2015

Chamonix-Zermatt. - september 2015

Chamonix   -   Zermatt

                                5-13 september 2015

                                        Bert, Eric, Erwin, Filip, Karel, Dirk

                                                             Jan Vanhees               

Zaterdag 5/9
Afspraak om 8h in Bareelveld. De Mercedes van Karel zit afgeladen vol. Nog een dikke poen aan de vrouwkes en we zijn weg. Eric in het hokje achterin. Vlotte reis, rond 17h in Chamonix. Nog enkele (in)koopjes gedaan, ’t is gezellig druk in de straten en de fanfare van Partenkirchen slaat de trom. We trekken in in “Le Vert”, een leuk trekkershotel. ’s Avonds eten we in “La Calèche”, supergezellig. De tartiflette hangt in de lucht.

Zondag 6/9
Rond 9.30h afgesproken op de camping van Jan en Lut. We worden warm onthaald aan het Namaste campingcarhotel. Op aanraden van Jan worden onze rugzakken ongeveer gehalveerd en vliegt alles in hun remorkske.   Weg zijn wij. Met de auto naar de kabelbaan, iets hogerop in het dal. Mont Blanc ligt te blinken in de zon, Aiguille du Midi, Tacul, Mont Maudit…  Onder den telefriek denderen downhillers het pad af.   De Albert Premier Hut is makkelijk te bereiken. We liggen nog onder de gletsjer, maar ’t is toch nog friskes op het terras. De Chardonnet waakt in het westen. ’s Avonds worden we getrakteerd op een lekkere “Blanc de veau”, rijkelijk overgoten met de lokale pichet. Moeizame eerste nacht in de ijlere lucht.

Maandag 7/9
Efkens bergop bereiken we de eerste gletsjer. En het ritueel begint: brillen op, klimgordel, stijgijzers en Jan hangt ons in het touw. De pikkel versiert onze rugzak. Schoon in de root  gaat het langzaam bergop. We trekken een nieuw spoor door een dun laagje verse sneeuw op het eeuwenoude ijs. Het losse touw bungelt en Jan geeft zijn instructies. De goeiekope Camp-strijkijzers protesteren. De hagelwitte glooiing glinstert onder de staalblauwe lucht en het landschap opent zich. Links naast ons rijzen coloradorode rotsen op . Ze smolten het ijs langs hun flank tot een ondiep ravijn. De sneeuw is ons te vriend en zal dat, op 1 uitzonderingetje na, nog de hele week blijven.  Tête Blanche nodigt ons uit en we meanderen in een brede bocht de zachte helling op. Boven ligt het reisverhaal aan onze voeten.  De (vermeende) volgende hut, Verbier, Grand Combin, Dent Blanche, Dent d’Hérens. Een wereld in oker, grijs en pastelpurper, waarover de gletsjer zijn smeltende bed gespreid heeft. Zalig boterhammeke in de zon, de salami smaakt, powernap.

Eric vaart ons terug, even dalwaarts. En dan wordt het menens. De pas naar de volgende gletsjer kondigt zich vriendelijk aan, maar alras wordt het zweten op het harde zwarte ijs. In korte zigzag, steeds hoger, steeds steiler, steeds  zwarter. Karel kreunt in stilte en we zijn allemaal blij als hij af en toe Jan tot een rustpauze dwingt. Het wordt een intense harde klim. Maar zonder te kraken bereiken we de grote rotsen. Een speeltuin na het zwarte gat. Vanop de kam, in het verre oosten, zien we nu ook de onooglijke top van ons ultieme doel, de Matterhorn.   De gletsjer gaat nu zachtjes berg af, de vlakte in. We kruisen tientallen smalle ijsspleten, welke zich met een laag sneeuw in het landschap vermommen. Het ruikt hier naar onrust. En Erwin krijgt het te verduren. Een smalle kloof begeeft en hij zakt tot halfweg zijn dijen tussen het ijs. Effe paniek, knieën bezeerd, maar zonder erg. Het maakt ons nog wel iets alerter. Jan laveert verder tussen de steeds groter wordende crevassen. We leren onze vijand kennen, hij geeft zich hier ook meer bloot.     Uiteindelijk bereiken we, na een omweg en een leuk rotspad, de Hut van Orny. Land van klefferaars. We worden er vriendelijk ontvangen door het eigenaarskoppel. Wasje en plasje in de lavabo-grot. De pintjes smaken bij de warme ham. Trap op en dan naar links, bed in.

Dinsdag 8/9
Vandaag, na de beste muesli van de wereld, heerlijk een dag in het groen. Een prachtige wandeling door de brede kloof, bergaf. Een koppeltje sneeuwhoenen in zomerkleed en een dartele familie gemzen hebben ons in de gaten.  De zetellift naar het dal is een kadoo. Links in de verte het meer van Genève, de toppen van Berner Oberland, onder ons het lieflijke meer van Champex, een postkaart. Rood en geel en groen en blauw, een feestje aan onze voeten.  Effe wachten op de taxi, die brengt ons naar de overzijde van het dal , een flink stuk omhoog (“ blijven gaan, blijven gaan…”). Tot aan de stuwdam van het meer van Mauvoisin. De oeverzwaluwen flirten langs de hoge damwand.    We kiezen de westelijke oever. Hij leidt ons door tunneltjes langzaam bergop. Lekker luie lange middagpauze in een wei waar de gletsjerstroom uitmondt in het meer. We gaan languit na de boterhammekes. De zon is, zoals vrijwel de hele tocht,  van de partij, de koeien klingelen aan de overkant, frisse voetjes in het water en onze schoenen passen terug. Filip waagt zelfs een kopje onder. Op het strand, de sporen van een dorstige berggeit. Grand Combin , een reus, aan onze rechterzij.  De hut wacht achter een kammetje en we genieten van de zachte klim. Bert raakt een beetje achterop.         We knuffelen onze rug tegen de warme muur op het terras van de hut van Chanrion . De Portugese pintjes doen het goed en er is genoeg wind om onze uitgespoelde zweetkousen te drogen. Maar dan valt het tegen. Bert voelt zich grieperig. Hoofdpijn,zere knieën, bibberig. En de nacht, met zeven op een rij, brengt geen beterschap…

Woensdag 9/9
Bert ligt in de lappenmand. Zijn knieën willen niet mee, hij is ellendig. De spijtige beslissing om zijn tocht hier af te blazen blijkt onontkomelijk. Wanneer we rond 7h de hut verlaten, blijft Bert achter. Hij wordt om 9h opgepikt door een taxi en bereikt, daags nadien, via Martigny, de luchthaven van Genève en Londen.            Vandaag volgen we bijna de hele dag dezelfde Otemmagletsjer, over de Col de Chermotane. Alweer langzaam bergop gaat het. Het ijs kraakt, de stijgijzers planten zich stap voor stap, behoedzaam. Sporen, stenen, richels, kilometers ver. De vallei is groots, weids, machtig en ligt, gelukkig, te blinken in de zon. Vóór ons de eindeloosheid, achteromkijkend,  het uur na uur kleiner wordende massief van de Grand Combin.     En dan de speelsheid. Jan merkt tegen de Noorderflank een grote lichtbeige vlek met zwarte stipjes. Steenbokken?! De verrekijker en Eric’s fototoestel bevestigen. Een groepje wijfjes en kalveren likken in alle rust het zoute gesteente. Uniek.       Een stuk in de namiddag bereiken we het einde van de gletsjer. Het gaat nu, in cordée en langs diepe kloven, naar de lastige flank aan de linkerzijde. Met de strijkijzers aan over een steenparcours. Geen pad, almaar hoger. Niet onder mekaar lopen om de rolling stones te vermijden. Trekken, zoeken, zweten.  Tot we een kleinere, hoger gelegen gletsjervlakte bereiken. Nauwelijks een paar honderd meter breed. Aangenaam, zachte sneeuw, maar een beetje dreigend. Links boven ons hangt een ijsblauw, door kloven gespleten, gletsjerbalkon. We traverseren behoedzaam. Jan vraagt ons stil te zijn, zodat hij het ijs kan horen. “Als je de gletsjer ziet bewegen, hou hem in de gaten, en loop dan de andere kant op…”.  Maar zo’n vaart loopt het natuurlijk niet, de adrenaline smelt als we de overzijde bereiken.            La Cabane des Vignettes ligt daar, schitterend, op een rotswand in de zon.  Het is een uitzonderlijke hut, omringd door machtige gletsjers. Boven, onder, een levende zee van rotsen en ijs. Heel diep beneden, het frisse groen van de Arollavallei. En aan de overzijde, een stipje op de kam, La Cabane de Bertol, da’s voor morgen.  Rösti, kaascrôute, gletsjers en kaas, een symbiose.     Maar dan wordt er geklapt. Een nieuwe zware beslissing dringt zich op. Jan drukt ons op het hart dat de twee zwaarste dagen nog voor de deur staan en vraagt zich af of het haalbaar is. Met zicht op de klim naar Bertol en na rijp overleg besluit Karel een binnenste buitenwegske te nemen.

De spaghetti brengt soelaas…

Donderdag 10/9
Eric loodst ons in cordée over de sneeuw 1000m naar beneden, tot vlakbij Arolla. Daar nemen we , tot morgenavond, afscheid van Karel, die gaat genieten van een ijsje in Chamonix.  Beneden ontmoeten we effe Lut en Sven, vergapen ons aan een helikopter en vangen de 1200m hoge klim aan naar de hut van Bertol. Het pad gaat gestaag. Jan geeft een goed tempo, een aangename inspanning. Een zwarte gems loopt ons voorbij.  Pumpernickel na 700m, op een gazonneke, waar Jan de blauwe vlag uithangt. Daarna gaat het meer gevarieerd over rotsen. De laatste 40 meter doen we per ladder, gezekerd. Een beetje bangelijk, maar al bij al goed te doen.  Bertol ligt als een duiventil op de rots. Gezellige ronde eetzaal.  4 Ploegen:  Zwitsers madammen, Fransen, Engelsen en ons Mechels clubje. Lekkere Rösti, goeie lasagna, Gamay en Dôle, de gerante is vriendelijk, haar winkel sluit overmorgen. Maar bovenal: het nieuws dat onze Peter afgestudeerd is, en met onderscheiding!!

Vrijdag 11/9
De ultieme dag richting Matterhorn. Vroeg uit de veren (maar een beetje later dan voorzien…).Ladder af, kort steil stuk gletsjer met de pikkel naar omhoog. Dan over een enorm sneeuwplateau verder oostwaarts. De zon is voorlopig niet van de partij, het is overtrokken en de omringende bergen liggen, voor het eerst deze week, in de wolken. Maar het is niet erg koud en het zit niet “toe”. In de verte zien we de andere cordées langzaam opschuiven. Jan zet de beuk erin. De Fransen en de Engelsen wachten ons op en alras vormen we een Europese unie. Veiliger en niet ongezellig.     Op de kam waait het nogal en is alles witter dan wit. Daarna trekt het redelijk open en komt de vallei onder de Matterhorn in zicht. Mooi, mooi, mooi, Stöcki als een molshoop en daarachter een piepklein hutje. We rieken ons stalleke!           Maar de tocht leidt nog langs ijzingwekkende hemelsblauwe crevassen, rotspaden, rappels, en een via ferrata, tot een rood manneke ons, boven in de wei, luidkeels toeroept en triomferend met de armen in het rond zwaait.     De Karel !!             Het doel is bereikt.
De Schönbielhütte is de schoonste hut van de wereld….  Met zicht op de schoonsten berg van de wereld.                                                              
De Matterhorn, een Zwitserse kathedraal met een Italiaans schip!                 
Gevierd met een dikke pint, een zotte Amerikaanse madam en Chinese toiletten. En vier Russen op zolder.

Zaterdag 12/9
Afdaling naar Zermatt in de stralende zon, den bloemekee !!             
Matterhorn, lammergier, edelweiss, wondere dikke schapen, een weide vol hersttijloos, een terraske uit een stripverhaal, melkvrije Rivella, incognito Japanezen, Knokke in de Alpen, Pizza in Täsch…… en een heel contente gids!

                    Merci Jan, Merci mannekes, ’t was fantastisch…

Epiloog:   Aiglons Spa in Chamonix, hij mag er zijn !

Naar een selectie van de foto's